Reisverslag Dhr. Huisman en Mevr. van Sandwijk Afdrukken E-mailadres

Reisverslag van Dhr. Huisman en Mevr. van Sandwijk, zij hebben van 24 oktober t/m 15 november 2009 onze grote rondreis Bangladesh gemaakt.


In 2009 boeken wij een individuele rondreis naar Bangladesh bij Green Canyon Reizen.
We hebben gebruik kunnen maken van de herfstprijzen van de NS. Een dagkaart voor twee personen is een stuk goedkoper dan twee maal een enkele Schiphol en dan mogen we ook nog eens eerste klas reizen. We vliegen met MBI, voor niet ingewijden, British Midlands, naar Heathrow. Heerlijk, de balie was al open. Er stonden bijna geen klanten en dat terwijl het aan andere balies erg druk was. De bagage gaat direct door naar de eindbestemming en we ontvangen ook de instapkaarten voor het traject London – Dubai en Dubai – Dhaka. Online thuis reserveren van zitplaatsen heeft blijkbaar alleen maar zin als je start in London. Met Emirates hadden we nog nooit gevlogen. Het is een nieuw toestel, we zitten ruim en het is vol. Het cabinepersoneel komt overal vandaan, vandaar dat ze vol trots omroepen dat er wel 20 talen aan boord worden gesproken. Mijn aanhoudend gezeur over het vegetarisch eten bij de touroperator heeft er nu in ieder geval voor gezorgd dat ik ook de klos ben. Er worden opvallend veel speciale maaltijden rondgebracht. De service is prima, ook op het tweede gedeelte naar Dhaka. We arriveerden op tijd. Bij de douane duurde de formaliteiten lang. We hebben op het vliegveld van Bangladesh geld gewisseld. We hanteren de koers van 100 Taka is 1,- euro. Buiten gekomen zagen we een hele hoop mensen, maar niet onze gids. Ik heb Margot geparkeerd en nog eens het traject gelopen, maar geen gids. Een jongeman vroeg of ik een taxi wilde. Toen ik mijn probleem uitlegde wilde hij wel even het mobiele nummer bellen wat ik toegestuurd heb gekregen. Mostafa nam op en de hulpvaardige man legde uit waar we stonden te wachten. Het is buiten bloedheet. Druppels zweet begonnen te stromen. De gids verschijnt met een chauffeur in een klein busje. We dachten dat we nu met z’n allen op weg zouden gaan naar Sylhet, onze eerste pleisterplaats. Maar nee, we werden naar een busstation gebracht. We gaan namelijk met het openbaar vervoer. Onderweg zagen we aftandse bussen rijden en ik begon me al zorgen te maken dat ik daar nooit in zou passen. Het verkeer is onmogelijk. We staan meer stil dan dat we rijden. Iedereen probeert de snelste baan te nemen, er wordt dan ook steeds gewisseld van baan, maar sneller gaat dat niet. Bij het busstation stonden prachtige bussen klaar. Ze zaten ook nog eens comfortabel. We hebben maar een half uur moeten wachten voor we konden vertrekken. De reisduur is 5,5 uur, we hebben voornamelijk geslapen. De buurman van Mostafa komt uit Libanon, is bereisd en vriendelijk. Hij stond erop om ons op Sprite en chips te trakteren. In Sylhet moesten we overstappen op een andere bus, de vorige mocht namelijk niet de stad in rijden. Mostafa vroeg bij de eindhalte aan de chauffeur of hij ons niet even naar ons hotel wilde rijden. We werden voor de deur uitgezet. Roseview Hotel, dat begint op de 5e verdieping, en is een uitstekend hotel met alles erop en eraan. We hebben helemaal geen zin in avondeten en hebben de aangeboden chips opgemaakt, een kop thee gezet en we zijn vroeg gaan slapen. Op de televisie zagen we een live wedstrijd tussen Ajax en AZ. Dan ben je notabene in Bangladesh! Margot blijft maar hoesten.

Maandag 26 oktober 2009
Om 07.30 uur ontbijt. Mostafa is ook op tijd. Hij heeft een auto en chauffeur geregeld. We vertrekken naar het noorden, naar Jaflong, aan de grens met India. De bezienswaardigheid hier zijn de stonecollectors. Bangladesh kent geen eigen rotspartijen en hier worden stenen vanuit India met de rivier het land binnen gebracht. “It’s for free” zegt de gids. Vele bootjes liggen op de rivier. Mannen gooien emmers aan lange touwen uit. Deze emmers schrapen over de bodem en zo hopen ze op buit. Maar ik zag mannen tig keer hun emmertje uitgooien, maar nooit zat er een steen in. Aan de rivierkant zie je steenbikkers vorm slaan in platte stenen. Sommige stenen worden verwerkt tot keukenbenodigdheden zoals een vijzel. Andere stenen worden beschilderd met originele teksten als: I love you. We steken de rivier over in een klein bootje. Een jong kereltje gaat met ons mee als lokale gids en draagt de fles water van Mostafa. We gaan een stuk lopen. Het is onaangenaam warm, al na de eerste stappen zijn we klam van het zweet. We zien rijstvelden links en rechts. De weg is smal. We nemen een riksja tot het volgende dorpje. Hier wonen de families van de Khasia stam. Er staan een veertigtal huizen en iedereen is Rooms-katholiek. Bij een echtpaar drinken we een kopje thee. Over en weer worden wat vragen gesteld. Wat ons opvalt is dat ze het pakweg tien jaar geleden beter hadden, althans volgens de bewoners. De stam leeft van de betelnoot industrie, ze hebben rode tanden. Onderweg hebben we dan ook veel betelnoten gezien. We gaan naar Sylhet terug voor de lunch. Mostafa had speciale instructies meegekregen omtrent onze vegetarische wensen. Dat werd nog een keer benadrukt door Didar, de baas van de locale reisagent, die ons een goede reis kwam wensen toen we al in de bus zaten richting Sylhet. Onze gids wist een plekje waar ze Indiase gerechten op het menu hadden staan. Het is een nieuw gebouw, ruim en licht en werd goed bezocht. Het eten smaakte super en de schade was 7,- euro. 
We hebben het museum van Osmani bezocht. Het was zijn privé huis, drie kleine kamertjes en een ruime tuin. Het stelt helemaal niks voor, maar zie eens hoe trots ze hierop zijn. De soldaten die hier de bezoekers begeleiden glimmen erover. Natuurlijk moest het gastenboek worden getekend, dit hebben we overigens nog vele malen moeten doen. 
Generaal Osmani, met een grote blonde snor, was de stafchef die de leiding had in 1971 in de oorlog met Pakistan.

Shrine of Hazrat Shah Jalal, een 14e eeuwse sufi heilige, is een redelijk groot complex met veel bezoekers, dus ook veel bedelaars. Het is voor ons als niet moslims toegankelijk, maar niet interessant. Vrouwen mogen niet naar de tombe.
We gaan een kijkje nemen bij de Surma rivier. Ondanks de vele rivieren die je in Bangladesh aantreft, zie je maar weinig bruggen. Die kosten veel geld en dit land is arm. Vaak zijn het oude bruggen, ooit door de Engelsen gebouwd, of nieuwe die in samenwerking met het buitenland zijn gebouwd. Hier in Sylhet betreft het een rood geverfde brug en het is er enorm druk qua verkeer. Aan beide kanten gaat het redelijk steil omhoog. Hierdoor is er een nieuw beroep ontstaan, die van pushers. Voor 2 eurocent duwen ze de riksja's naar de top, wat enorm zwaar werk is.
De gids huurt een bootje. De bootsman moet eerst stroomopwaarts roeien. Langzaam passeren we kleine vrachtbootjes die worden geladen. We zien mensen die hun was en zich zelf wassen in smerig water. Er ligt ook veel rommel op de kade. We zitten zo een uurtje op het bootje en dat is leuk.
Daarna brengen we een bezoek aan de markt. Er wordt veel groente en fruit aangeboden en we zien bijzondere vissen. We hadden veel bekijks. We hebben in het hotel gegeten, er was een buffet, niet goed en niet slecht.

Dinsdag 27 oktober 2009
Om 06.30 uur stonden we klaar bij de receptie. Er kwam iemand uit de keuken rennen met twee taartendozen, waar de lunch in zat, want er is pas vanaf 07.00 uur ontbijt. Mostafa had bij de receptie een take away besteld. Het is een sandwich met ei. We waren ruim op tijd op het station. Aan de voorkant lagen tientallen mensen op de grond te slapen.
De trein stond er al. Een porter neemt onze twee rugzakken op het hoofd en hangt de tas van de gids aan zijn arm. We zaten eerste klasse en ruim. De bagage konden we in de bovenvakken kwijt, de ramen stonden open. Er is veel treinpersoneel. Wagonbazen, kaartjesknippers, bazen van genoemde beroepen en veel mensen in de dienstverlening zoals theerondbrengers, broodjesrondbrengers etc. Onderweg zien we rijstvelden en wetlands. Na 2,5 uur zijn we al in Srimangal. De bagage duwen we door de vensters het perron op. Mostafa belt met de nieuwe chauffeur die even later opduikt. We komen bij een oude paars gekleurde jeep. De chauffeur is nog jong en zijn hulpje nog jonger. Hij scheurt weg. Tien minuten later stoppen we voor onze lodge Nisorge Eco. Het is klein, slechts een dubbelhuis en een fraaie enkel huisje vlak bij een waterval. We stallen de bagage en gaan op pad. We rijden over smalle paadjes door eindeloze theeplantages. De weg wordt slechter en slechter. Boomstammen dienen als bruggetjes en zo wanen we ons in een Malboro jungle avontuur. De jeep glibbert soms alle kanten op, maar uiteindelijk bereiken we de entree van het natuurpark Rema-Kalenga. Hier staan ook een paar eco cottages. De parkranger haalt een gids op. Het mag dan wel een oude man zijn, maar zijn tempo ligt veel te hoog voor ons. We gaan eerst naar een kleine nederzetting. Het mooie pad voor ons loopt langs groene rijstvelden. We komen over akelig gammele bruggetjes van bamboe en zijn doorweekt van het zweet als we uiteindelijk aankomen. In de schaduw gezeten praten we wat met de dorpsbewoners. Mostafa pelt een grapefruit en deelt dat met de bewoners. We keren terug en merken dat we uitgeput zijn, niet in staat een jungletocht te ondernemen. We eten eerst wat appels, granaatappels en koekjes die de gids onderweg gekocht had. De terugreis is wederom een avontuur. Op de heenreis hadden we een brug flink beschadigd. Alle stammen worden nu uitgegraven en opnieuw gelegd. Met de hulp van wat voorbijgangers is het karwei in een half uur geklaard. We zijn aan de andere kant van het stroompje het tafereel gaande gaan slaan. De auto komt zonder problemen onze kant uit. De rest van de middag zitten we op onze wiebelende terrasje. We doen de was, kijken uit op de jungle, horen de waterval en wachten op de muskieten. En die komen. Om 19.30 uur is het eten klaar. Ze hebben hun best gedaan, heerlijke gefrituurde aardappel met een korstje, rijst en groente. We zijn vroeg gaan slapen onder onze muskietennet.

Woensdag 28 oktober 2009
Margot hoest nu groene slijm op. We hebben nog oude Chinese penicilline capsules bij ons. Haar rug is ook al niet goed. Het ontbijt bestaat uit een soort pannenkoekjes en er is omelet en groente.
Er komt een andere auto en een andere chauffeur. Hij kent de weg goed. We kruisen andere theevelden door. We bezoeken een klein Khasia dorpje. Deze minderheid kent een kwart miljoen mensen en ze wonen verspreid door het land. Maar ook hier leven ze voornamelijk van de betelnootteelt en ook hier zijn ze Christelijk. We passeren een olifant die op weg is naar zijn werk. Mostafa betaalt een kleinigheid en het beest neemt het bankbiljet met zijn slurf aan en geeft het zo aan zijn berijder. We bezoeken een kunstmatig meertje, heerlijk verscholen tussen de theevelden. We horen dat je hier vrijdags niet moet zijn, bussen vol mensen komen dan picknicken. Op een aantal plekken zaten vissers aan de kant. Ze gebruiken gewone hengels en gebruiken een deegpapje als aas. Op mijn vraag hoe groot de vissen zijn die gevangen worden trok Mostafa zijn armen flink uiteen. Ja ja dacht ik nog, dat geloof ik niet. Even verderop wilden net drie vissers weggaan. Ze hadden twee vissen gevangen en inderdaad ze waren groot, ongeveer 10 en 12 kilo wisten ze te vertellen. De zwaarste zal zo maar U$D 50,- opleveren, wat veel geld is in dit land. 
De manager van de thee estate had het te druk en daarom geen bezoek aan deze fabriek. In plaats daarvan hebben we nog een dorpje bezocht, nu van de Tripura stam, ook in India te vinden, het zijn hindoes. De gids bezoekt vaak een vrouw die o.a. tafelkleden weeft. Ze bood ons een kopje thee aan.
De lunch hebben we in de stad genoten. Sinds kort is er een nieuw restaurant, Kutum Bari, Station Road. Het is vergelijkbaar met Sylhet, open, modern en heerlijk eten. De kok is 4 jaar in de UK geweest en is hier net begonnen. Handen geschud en een praatje gemaakt. Hij klaagde dat het zo moeilijk is om aan de juiste (Indiase) kruiden te komen. Vooral de garlic naan vonden we een hoogtepunt. Er is veel personeel aanwezig. We hebben een uurtje uitgeblazen op ons terras. De was is droog, mooi, want daar leek het in de ochtend in de verre verste niet op. Om 15.45 uur gaan we weer op pad. We gaan naar de wetlands, die later in het jaar droogvallen. Nu zijn er lelies met grote bladeren. De migratie van vogels moet nog op gang komen. Het heeft ruim een uur gekost om bij de wetlands van Hail Haor te komen. De weg is slecht en is daarom voor vele toeristen not done. Stom natuurlijk want nu mis je de smalle weggetjes over de dijken en de hoogst verbaasd kijkende boeren bevolking. Onderweg diverse waterbuffels gezien. Op een wiebelend bootje gingen we naar een uitkijktoren, maar veel meerwaarde had dat niet.

Donderdag 29 oktober 2009
De situatie rond de gezondheid van Margot is stabiel, maar ze blijft bij de lodge.
Mostafa en ik bezoeken een dorpje in het Lawachara Nationale Park. Het is weer bloed en bloedheet. We zien Macaque apen en Hoolock Gibbon. De laatste soort maakt indringende geluiden die zich laten vergelijken met de Indri op Madagascar, maar het zijn kleine apen en bovenin de boom zie je ze bijna niet. Een giftige dunne groene slang van 1,5 meter kronkelt het pad over, Mostafa is onder de indruk. Bij de entree van het park gaan we thee drinken. De zoete en warme drank doet me goed en geeft weer energie. Mijn kleren zijn doorweekt.
We bezoeken Sangai, een Monipuri dorpje. De vrouwen van deze stam zijn bijna allemaal aan het weven. Een sjaal (500 taka) moet natuurlijk wel gekocht worden. Als geste werd ons een heerlijke thee aangeboden. In de theevelden rondom het dorpje zagen we pluksters aan het werk, een korte fotostop werd het gevolg. Bij de lodge geluncht. We wachten op Mostafa om de trein naar Dhaka te pakken. De gids was op tijd, de trein niet. Het kwam 20 minuten te laat. We zitten met zes personen in een coupe. Om 21.00 uur komen we op een station aan, ergens in de buurt van het vliegveld. Ook hier maken we gebruik van een porter die zich over de bagage ontfermt. In de wachtzaal is het drukkend heet, dan maar op het perron een plekje gezocht. Ook hier is het warm, maar ook voornamelijk druk. De belangstelling was groot, vrijwel iedereen zit je aan te gapen. In plaats van 22.40 uur is de trein nog een uur later. Bijna drie uur zitten begon ook al wat teveel te worden. We zitten nu in een sleeper, vier bedden. We kregen een kussen en een laken, nog wel even afrekenen. De trein is lawaaierig. Wanneer we over een brug rijden is dat een aanval op je trommelvliezen en zit je gegarandeerd rechtop in je bed. Toch hebben we wat geslapen, tot 07.30 uur. Om 09.00 uur zijn we uitgestapt in Kaunia. Daar stond de chauffeur klaar om ons naar Rangpur te brengen. In deze stad hebben we eerst ontbeten. Naan met omelet en gezoete yoghurt. Het restaurant werd druk bezocht, er was veel personeel, maar zo te zien liep het gesmeerd. We hebben de bagage afgeleverd bij RDRS Guesthouse. Dit staat op een afgebakend en bewaakt terrein tussen andere gebouwen in. De moederorganisatie is een grote hulpverleningsorganisatie, met voornamelijk kerkelijke partners uit het Westen. We hebben even moeten wachten totdat de kamer gereed was. Het is netjes met een airco en een fan. Het bed is net als alle andere bedden tot nu toe knoeperhard. De trots van Rangpur is de Tajhat Palace. De entree kost toeristen 100 taka, een bedrag wat je bijna overal in Bangladesh betaalt, de lokale bewoners tellen 10 taka neer. Het gebouw stamt uit de 19e eeuw en nu is het een kleine museum. Tot 1991 werd het gebruikt als High Court. Van een afstand lijkt het heel wat, maar kom je dichterbij dan zie je in wat voor deplorabele staat het is. Jammer, want ze hebben al bijna geen gebouwen uit de oudheid. De uitstalling van de museumstukken is amateuristisch gedaan en doet pijn aan je ogen en dat terwijl er prachtige stukken tussen staan. Vooral de beelden van Visna en Surya uit de 11e en 12e eeuw in blackstone gebeeldhouwd zijn fraai.
Het Carmichael College is ook enorm vervallen. De hindoeïstische Kali tempel moet je gauw vergeten, of beter, overslaan. Mostafa bracht ons naar een moskee die niet in de reisgidsen stond. We werden door trotse volgelingen rondgeleid, dat hebben we gedwee ondergaan.
Lunch bij de RDRS en een uurtje geslapen. ’s Middags hebben we een tapijtenmaker bezocht. Rond 400 families in de omgeving zijn hier mee bezig en worden ondersteund door de RDRS. In het hotel liggen diverse tapijten, zo ook in onze hotelkamer. Volgende stop is de vismarkt en daarna de groentemarkt. De chauffeur, mister Little, gaat inmiddels steeds mee, we hebben nu twee gidsen. We vermoeden dat hij op deze wijze wat Engels heeft geleerd. We gaan op zoek naar bier. De eerste winkel heeft blikjes malt en non-alcoholisch. Winkel 2 en 3 zijn gesloten, dus geen bier. We hebben de was gedaan en dat hangt nu door de hele kamer.
Om 19.30 uur gaan we eten. Nu hebben we de hele eetzaal voor ons zelf. Naast witte rijst zijn er 5 schalen met groente. We krijgen heerlijke warme chocolade mousse toe.

Zaterdag 31 oktober 2009
Om 08.00 uur op weg naar Dinajpur. We zien onderweg veel steenfabrieken. Redelijk veel huizen zijn van baksteen gemaakt. De huizen die gepleisterde muren hebben, hebben last van zwarte vochtplekken. Het lijkt dan net of het allemaal wat verlopen is. De meeste daken zijn van zink. Ze maken wel luifels. De houten huizen met strooien daken zien er beter uit. We zien overal ponds, een soort spaarbekken. Ze wassen zich erin en ook de beesten maken er gebruik van.
De tempel Kantanagar, 26 kilometer verderop is machtig mooi. Rondom de tempel bereiden ze zich voor op een festival wat een dag later zal starten en wat een maand gaat duren. Aan allerlei kermisattracties werd gebouwd.
Vanmorgen een overslag gezien van gedroogde vis. Op de grond wordt de inhoud van manden en zakken uitgestrooid tot grote heuvels. Ze leggen soort bij soort. Het stinkt niet overdreven. Weer wat verderop zagen we grote hoeveelheden bananen wachten op een grootinkoper.
De Dinajpur Ragbari is een ruïne. Van dit paleis staan wat muren overeind. Een Hindu tempel staat nu op het grondstuk. Het interieur is ook weer kitsch, maar hier is het wel sfeervol gedaan. De chauffeur had een grapefruit, een pomolo, uit eigen tuin meegenomen en die smaakte prima. Het valt nog niet mee om bij de vrucht te komen, een flinke beschermingslaag moet worden gepeld. Om de hoek hebben we een glas thee gedronken, lekker op smaak gemaakt met stukjes gember. Van te voren waren we bang dat er alleen thee met melk zou zijn. De Engelsen hebben deze slechte gewoonte overal waar ze de baas waren ingevoerd. We hebben echter steeds black tea kunnen drinken, Mostafa zorgt daar natuurlijk voor. Hij drinkt zelf ook niet altijd thee met melk. 
We bezoeken de bazaar van Dinajpur en aansluitend lunchen we in het Parjatan Motel. Mostafa komt hier vaker, ze kennen hem. De maaltijd is redelijk. Als dessert eten we de grote papaja die Mostafa al sinds Srimangal met zich meesleept. Het was een geschenk van de cottagemanager. Zo lekker heeft de papaya nog nooit gesmaakt. De gids zegt dat een langwerpige beter is dan een ronde.
Pas om 15.00 uur verlaten we de eettafel en bezoeken we een oude pottenbakker. Met een stok draait hij snel het wiel op de juiste toeren en bekwaam levert hij een voltooide bloempot af. Aan de weg spreekt een man ons aan en neemt ons mee naar een school. Hij wil ons voorstellen aan het hoofd, maar die is er niet.
Ramsagar is een groot uitgevallen pond. We zien vissers. Ze laten ons enkele exemplaren zien. Ze zijn groot en zwaar, wel 20 kilo zeggen ze. Elke visser betaald een entree van 500 taka en dan mogen ze onbeperkt vissen. Op de terugweg komen we langs een marktje in de buitenlucht. Het is prachtig en er is van alles te koop. Er zijn bijna alleen maar mannen. We waren pas om 18.30 uur in het hotel terug. Het avondeten was net even weer anders. We kregen zelfs ijs met vruchten.

Zondag 1 november
De Bengaalse omelet, ook wel green omelet genoemd, is met ui en groene chili en kan soms verrassend pittig zijn, dat was vanmorgen het geval. We vertrekken om 08.30 uur. De trip naar Paharpur duurt drie uur. Onderweg zijn we diverse keren gestopt. Onze begeleiders beginnen in de gaten te krijgen wat we mooi vinden. We stoppen om een geparkeerde fietskar te fotograferen. Deze was hoog opgebouwd met stro. De begeleider wil wel even poseren. Je merkt dat hier geen Westerlingen komen, een grote hoeveelheid nieuwsgierigen komen aangelopen. Op een andere plek wordt rijst gekookt en gedroogd. Er worden geen machines gebruikt, alles gaat met mankracht. Onze gids vertelt dat 70 % van de rijst gekookt wordt gegeten. Andere vormen zijn: platgeslagen of gepoft. Bij een fishpond gestopt waar in een grote net de vangst werd getoond. Deze vis wordt voor verdere groei uitgezet. In Bangladesh is geen moeite teveel. Mostafa vraagt en de mensen doen het zonder problemen. Zo ook het wassen van rettich. De mannen wil wel graag op de foto. Als beloning krijgen de chauffeur en de gids een handje vol rettich mee. We hebben wel 4 meter hoge suikerriet zien staan, zeer bijzonder van vorm. Hier wordt echt suiker van gemaakt, de ons bekende suikerriet is meer voor het snoepen.
Wat te zeggen over de twee boedistisch archeologische plekken? Paharpur is gerestaureerd. Het is een tempelcomplex uit de 8e eeuw en meet 300 bij 300 meter. Ook in (deels) gerestaureerde versie is het nauwelijks de moeite waard. Het museum was gesloten. Bij Mahastangarh is een muur te zien uit de 3e eeuw voor Christus en dat is het. De grote markt in het plaatsje is veel leuker. 
De lunch gebruiken we in het restaurant Ruchita, Station Road te Joypurhat en het was uitstekend.
Bogra is dan niet ver meer. Om 17.30 uur melden we ons bij het Nez Garden Hotel, vier sterren, nieuw en erg luxe. Op de kamer ontvangen we een welkomstdrankje en een fruitmand. Drie personeelsleden zijn er nodig om de bagage te brengen en het bed gebruiksgereed te maken. Op het moment van schrijven zitten we in de hotelbar aan een koud blikje Hunter. Dit bier kost 150 taka, een Heineken is 300 taka. Voor een fles brandy moet 1.500 taka worden afgerekend. De bar is donker. Omdat ik aan het schrijven ben, wordt boven onze tafel het licht ontstoken. Als we na het avondeten terugkomen, blijft het donker. Het is in dit land niet de bedoeling dat je gezien wordt met alcohol. Alles gaat volstrekt anoniem, drankflessen worden omzichtig verpakt in ondoorzichtig papier. Op de televisie worden muziekclips getoond, waarbij de vrouwen spaarzaam en sexy gekleed zijn.

Maandag 2 november 
Een dag van veel foto’s nemen. Onderweg hebben we regelmatig gestopt voor allerlei zaken. Aangenaam verrast waren we in Puthia, waar we een Shiva tempel aantroffen. Van buiten was het niet onaardig, maar dat was het van binnen niet. De in blackstone gemaakte lingram is wel de grootste van Azië. Ordinair gezegd, het wordt de pik van Shiva genoemd. Hij staat in een yoti dat de vagina melk slurpende steen moet voorstellen. In de buitennissen hadden beelden moeten staan, maar die zijn grotendeels verwoest door Pakistaanse soldaten tijdens de vrijheidsoorlog. Twee keer per jaar is hier een festival en dan zijn er tussen de 60 en 70 duizend mensen. Het ligt aan een pond en vanaf de overkant lijkt het heel wat. Mr. Bishwana, de sleutelbewaarder neemt ons ook mee naar de Govinda tempel. Het is gebouwd tussen 1823 en 1895 door een van de maharanis van Puthia. Het is een grote vierkante constructie met op elke hoek een soort van groot uitgevallen minaret en in het midden zelfs een hele grote. De terracotta figuren zijn prachtig en roodbruin van kleur en verhalen over hindu gebeurtenissen. De 16 eeuwse Jagannath tempel is ook fraai, vooral door een vreemd gevormd dak. Helaas zijn er wat buitenbeelden in 2004 gestolen. Nu is er ’s avonds bewaking. De heer Bishwana is duidelijk niet erg te spreken over het ministerie van archeologie. Wij hebben ook de indruk dat islamitische bouwwerken een voorrangspositie hebben.
Eerder op de dag stonden we stil bij het Uttara Gano Ghaban, ooit het paleis van de Dighapalia maharaja, nu is er een kantoor in gevestigd. We krijgen geen toestemming om het te bezoeken. In plaats daarvan zijn we naar Natore Rajbari geweest. Van de oorspronkelijke zeven gebouwen staan er nog vier overeind, maar ze zijn enorm vervallen. Een aantal huizen zijn door de locals bewoond. Ze zijn 250 jaar geleden gebouwd en staan in een rustige omgeving met veel water en bomen. Een typische plek waar mensen komen picknicken op vrijdag.
Overal in het land zie je stellages in het water met grote netten. We zijn gestopt om een visser aan het werk te zien. Op verzoek van de chauffeur haalde hij zijn net op. Onderweg nog meer gedroogde vis gezien. Op een meter van de grond en op bananenbladeren liggen duizenden miezerige kleine visjes in de zon te drogen. De lunch was bij Chili’s in Rajshahi. Chinese groentesoep, Vietnamese springrolls, Franse frieten, fried noodles met groente en fried rice. Toe: bruine yoghurt uit Bogra. Dit ziet er niet uit, maar het smaakt voortreffelijk.
’s Middags een bezoek gebracht aan een zijdefabriek. In de fabriek was een oorverdovend lawaai, veroorzaakt door de vele weefmachines. De andere onderdelen van het proces hadden we al vaker gezien. De showroom had wel goedkope spullen maar was niet op het Westen georiënteerd. 
Naar de Padma rivier voor de zonsondergang. Leuke, rustige plek. Allerlei bootjes lagen klaar voor een tochtje. Margot haar rugpijn neemt toe, ze denkt de tocht niet aan te kunnen. Mostafa dringt aan en organiseert een plastic stoel. Als een V.I.P. zit ze daarna op haar troon en wij haar volgers zitten op de grond. Mostafa had ook pelpinda’s gekocht, prima snoepgoed voor onderweg. Op de oever waar de zon ondergaat wordt een spelletje cricket gespeeld. Donkere contouren rennen door het beeld.
Ons hotel heet Chez Razzak Guesthouse en ligt in een buitenwijk achter het station. We zijn de enige gasten. Mostafa had al eerder op de dag gebeld om het avondeten te regelen. Ze hebben een menu in het Engels en het leek wel of alle vegetarische items op die lijst op tafel stonden. Smakelijk, dat wel, maar veel te veel. Als toetje nogmaals de yoghurt uit Bogra (volgens onze begeleiders de beste van het land en dan ook nog bij een specifiek winkeltje gekocht). Het werd in de oorspronkelijke zware bruine aarden pot op tafel gezet. Er zijn hier veel muskieten, de netten die op de kamer liggen zijn noodzakelijk. We hebben wel een airco en een fan. Op televisie hebben we ons vermaakt met cricket, sport nummer 1 in dit land.

Dinsdag 3 november 2009
We hebben redelijk geslapen, ondanks de kwakkelende gezondheid. Hebben ze alleen maar harde bedden in Bangladesh? De eetzaal is op de 2e verdieping, wij hebben onze kamer op de begane grond. Als starter krijgen we heerlijke papaya. Er is ook ananassap, toast en omelet en voor de laatste keer yoghurt. We hebben een rustig programma vandaag. Het reisprogramma is aangepast omdat de tocht met de Rocketboot een dag later uitgevoerd moet worden. We slapen nu een nacht in Khulna.
We hebben vandaag een markt bezocht met als specialiteit jute. Inmiddels heeft India Bangladesh afgelost als grootste producent. We zijn gestopt bij kleine familiebedrijfjes. Uit palmen wordt sap afgenomen en verwerkt tot suiker, het lijkt op de manier zoals ze dat bij rubberbomen doen. Stoelen werden uit huis gehaald. Twee glazen werden schoongemaakt, een kan met sap werd opgehaald en proeven maar. Niet erg lekker, maar ook niet smerig. Inmiddels stonden tientallen mensen om ons heen om te kijken naar deze aliens. Wat verderop zag Mostafa nog een familiefabriekje. Hier werd suikerriet verwerkt tot suiker en ook hier kregen we een glas om uit te proberen. De mensen zijn erg gastvrij en nieuwsgierig. De oploop was ook hier groot. Bij een theehuis was er niemand, wij komen wat drinken en vervolgens wordt het zicht je ontnomen door de ruim honderd man die je staat aan te gapen. Sommige bestellen dan ook wat, dus de theeverkoper heeft de dag van zijn leven. Zij die over een mobieltje beschikken maken een foto van ons. Soms in het geniep, soms openlijk. Wat ze nog niet doen is met ons op de foto gaan staan.
We zijn teruggereden naar Puthia en hebben de Bagha moskee gezien, met ook hier terracotta figuren aan de buitenkant. Margot mocht zelfs mee naar binnen. Daarna trakteerde de chauffeur ons op nog zo’n heerlijke pomolo uit eigen tuin. Lunch bij onze guesthouse, noodles met groente.
Vanmiddag staat een bezoek aan het Varendra Research Museum op het programma, ook hier grote blackstone beelden. Aan het eind van de dag nemen we afscheid van de chauffeur. We zitten nu in de eetzaal, achter een sapje en het is ook hier bloedheet. Ik heb het eten voor vanavond verkeerd besteld. Ik wilde in plaats van witte rijst gebakken rijst met ei, maar dat is alles wat we krijgen.

Woensdag 4 november 2009
De wekker stond op 05.00 uur. Om 05.50 uur naar boven gesjokt voor het ontbijt en om 06.15 uur werden we met drie riksja's in het donker naar het station vervoerd. We staan er nu al niet meer van te kijken als een kruier onze twee rugzakken op zijn hoofd laat zetten en de tas van de gids onder de arm neemt. We moeten flink doorstappen om hem bij te houden. Hij brengt de bagage zelfs in de trein en zet het op het bovenste bed. We zitten in een sleeper (4 bedden voor de nacht, 8 plekken voor de dag). De kant waar wij zitten heeft een raam wat open kan, de andere zit vast. Mostafa probeerde uit alle macht het open te krijgen, maar dat lukte totaal niet. Een rijk echtpaar, in de dertig met een zoontje (nerdtype) komt binnen met twee porters. Vier enorme koffers worden binnen gebracht. Het kind krijgt overdreven veel aandacht. Pa probeert het raam open te krijgen, daarna een treinbeambte, maar wat vast zit, zit vast. De man laat het er niet bij. Hij trommelt een jongeman op en hoe verrassend….die krijgt hem ook niet open. Pa ontploft bijna van nijd, loopt weg en wat later komt die jongeman terug en begint aan de koffers te slepen. De familie pakt hun spulletjes bijelkaar en gaan uit onze coupe. Tijdens het hele proces werd er geen boe of ba tegen ons of Mostafa gezegd. We merkten dat ook onze gids het een komisch tafereel heeft gevonden. De rit naar Khulna duurt 7 uur en die hebben we heerlijk met ons drieën verbracht. Per riksja gaan we naar het Western Inn, geen twinbeds dit keer, maar een smal familiebed. We beschikken wel over een andere ruimte met twee banken en een grote koelkast. Zelfs in deze ruimte is een airco en een fan. Mostafa had al met de receptionist gepraat over bier en sterke drank. Dat moet wel ergens anders worden weggehaald. Toen we vanmiddag terug kwamen uit de stad stonden er vier blikjes Tiger in de koelkast en een fles brandy. We moeten nog afrekenen. Lunch is in het hotelrestaurant. Ze hebben een uitgebreide kaart in het Engels. French fries wordt hier als voorgerecht beschouwd. We hebben twee soorten mie met een groenteschotel. Om 15.30 uur gaan we per riksja naar het museum. Het is in dezelfde deplorabele staat als alle andere bezochte musea. Dan naar de markt. Hier vraagt bijna iedereen waar we vandaan komen. We schudden vele handen, mensen vragen om foto’s te maken, zelfs een vrouw vroeg me dat. We komen bij de rivier uit. Hier kun je zien hoe kleine boten worden in- en uitgeladen. Ook de sjouwers wilden graag op de foto. Met de zware last op hun hoofd bleven ze even wachten. Mostafa trakteert op verse kokosnootsap. Een grote groep mensen kijkt toe, je moet daar wel tegen kunnen. Het is volstrekt onmogelijk onopvallend als toerist in dit land te reizen. Privacy heb je alleen maar binnenskamers in je hotel. De mensen vinden het prachtig dat we er zijn. Hollandi zoemt het door de menigte, al weten de meesten niet waar dat ligt. Vele malen, wanneer we oogcontact zoeken, even knikken, glimlachen of Hello zeggen, dan zie je hun hoofd wat zijwaarts naar achteren gaan, de kin komt wat omhoog en vaak gaat de hand naar hun hart. We zijn nog niemand tegengekomen die vervelend naar ons reageerde. Soms zijn kinderen wat overenthousiast en worden ze door volwassenen of onze gids gecorrigeerd. Hier luisteren kinderen tenminste nog. Een plaag blijven echter de bedelaars. Ze worden soms ook door andere mensen weggestuurd, die vinden het vervelend dat buitenlanders worden lastig gevallen. Zelf hebben we de gewoonte bedelaars te negeren.

Donderdag 5 november 2009
We hadden afgesproken om 09.00 uur op pad te gaan, maar de auto was er om 09.40 uur. Het is een aftands exemplaar, zonder vering. Het rechterachterraam staat half open en wil niet meer naar boven of naar beneden. Voor het eerst worden we geconfronteerd met het feit dat niet alles voor verwende toeristen weggelegd is, gelukkig maar. De weg naar Bagerhat is voor een gedeelte goed en een gedeelte slecht. Vanwege het ontbreken van de vering merken we dat laatste natuurlijk het meeste op. We passeren een grote rivier. Voor de brug moet je 30 taka tol betalen. Bagerhat is van oudsher een islamitisch centrum. We hadden er wat meer van voorgesteld. Zelfs de beroemde 60 domed moskee is nauwelijks de moeite van het bekijken waard. Slechts één pilaar stamt nog uit een oude tijd, de rest van de pilaren heeft een moderne stuklaag. Binnenin zag ik een slang de muur opkruipen. Er lag een man vlakbij te slapen. Er was een dienst gaande voor een klein groepje en Mostafa is ze gaan waarschuwen. De slapende man werd wakker gemaakt, niets te vroeg, want even later viel de slang met een klap op de grond. Iedereen begon te schreeuwen en heen en weer te lopen. Het beest zocht een veilige plek tussen allerlei handbagage. Voorzichtig werd tas voor tas weggetrokken. Via een opening wist de slang het grasveld te bereiken. De gemoederen bedaarden en vervolgens moest ik allerlei geestelijken de hand schudden.
Voor de lunch waren we in Mongla. We verblijven in het Pasul Motel, duidelijk vergaande glorie, maar verder niet onaardig. Op de kamer staan twee bedden, we hebben airco en een fan. Er is een klein balkonnetje en met wat fantasie heb je uitkijk op de rivier. Margot heeft zich geïnstalleerd op het balkon en ik ben met de gids op stap geweest. Naast ons verblijf ligt het busstation en diverse aanlegplaatsen voor ponten. Voor 2 taka kan je naar de overkant varen. Hier is het grootste deel van het plaatsje Mongla. Er zijn nog twee hotels, met de namen Bangkok en Singapore. Het marktje is vrij klein en vrijwel uitgestorven. Mostafa heeft nog wel wat fruit gekocht. We hebben thee gedronken, met de bekende nieuwsgierigheid van voorbijgangers. We hebben even gekeken hoe een boot met bakstenen werd gelost. Doek of plankje op het hoofd en dan veertien bakstenen daar boven opleggen, waarvan de laatste twee op de tast gegooid moesten worden. De gids is hier een bekende, velen groeten hem en maken een praatje.
Na het avondeten raken we in gesprek met de assistent manager van het hotel. Het is een grappig manneke met een dikke buik. Hij laat Margot warm water met geperste limoenen drinken. We volgen op onze kamer de zoveelste cricketwedstrijd op de tv.

Vrijdag 6 november 2009
De verwachtingen voor deze dag zijn niet uitgekomen. We hebben een boot voor ons zelf. Normaal kan het twaalf gasten vervoeren. We zitten ruim en ontspannen op een bank. De rivieroppervlakte is glad, de zon schittert op het water. Na een uurtje varen moet er eerst formaliteiten worden gepleegd bij een office. Dat duurt lang. Dan varen we weer een stuk over de brede rivier naar het zuiden. Op ruim dertig meter van de groene strook speuren we naar de legendarische Bengaalse tijger. In de Sunarbans leven er nog 300 tot 400, maar de kans dat je zo'n grote poes spot is erg klein. Mostafa heeft hem slechts één keer gezien en hij is hier vaak. Bij onze kapitein staat de teller op zes. Wij zien de tijger dus ook niet. We moeten het doen met een duidelijke pootafdruk. Veel wildlife is hier niet. Onze score: een geelzwart vogeltje, een varaan, een spotted deer en diverse dolfijnen die her en der opduiken. Sinds drie jaar bestaat er een nieuwe plek waar toeristen aan land kunnen. Er is een pad van tien minuten naar een uitkijktoren. Bovenop die toren zie je zo goed als niets. Met een gewapende wacht zou je iets verder kunnen lopen, maar er waren geen wachters deze dag. Op de terugweg hebben we een uurtje aangelegd om de lunch te gebruiken. Er was gebakken rijst met ei en wat groente. Er waren ook gekookte eieren. Er was nog een laatste stop, daar waar we ook de eerste keer stopten voor de formaliteiten. Hier hebben ze door het mangrove bos een verhoogd pad aangelegd. Geen rondgang, maar een one way. Het is vrijdag, een vrije dag, dus druk. Met veel lawaai wordt er door de natuur gebanjerd. Als extra attractie kun je ook nog 7 herten en wat krokodillen bekijken in de 'zoo'. Wellicht dat een driedaagse tocht door de Sunarbans interessanter is.
De was is droog.

Zaterdag 7 november 2009
Om 04.30 uur gaat de wekker en een half uur later zaten we klaar. De bootsman, een neef van de kapitein komt naar het hotel en neemt onze bagage mee. Het is nog aardedonker en hij leent een koplamp van ons. We varen langzaam de rivier op, op zoek naar de Rocket. Lang gezocht maar niet gevonden. We worden gedropt op een plek waar de lijnboot moet aanleggen. Het is een roestige oude boot. Er staan al veel mensen te wachten. De boot is 20 minuten te laat. We laten de andere mensen voorgaan. Zij moeten een plaatsje veroveren op het onderdek, wij slapen 1e klasse. Deze Rocket is met een zusterboot de grootste. Er zijn vijf Rocket's in omloop. Onze boot heeft twaalf 1e klas cabins en wij krijgen nr. 1. We gaan niet slapen, maar blijven aan dek. De duurste klasse heeft een eigen buitendek met stoelen. We hebben een geweldig uitzicht over de punt van het schip. De zon wil maar niet doorkomen en dat is jammer. De rivier is nu breed. We zien kleine nederzettingen van hout met rieten daken en heel veel kleine vissersbootjes. Wat grotere boten zijn volgeladen met hout of balen rijst. Er zijn ook veel pontjes, want de dorpen liggen meestal weerszijden van het water. Af en toe zie je een dolfijn. Een steward kwam langs met een grote schotel met stukjes papaya. Mostafa is gisteravond nog speciaal naar het dorp gegaan om fruit te kopen. Er is een Engels echtpaar aan boord en met Glenn raken we in gesprek. Dan is het 08.00 uur en worden we in de eetzaal verwacht. Er is toast en omelet. Ook lunch en diner zijn goed verzorgd. Gekookte eieren liggen in een gelige saus. We zitten de hele dag op het voordek, heerlijk. Bij elke stopplaats gaan we even kijken wat zich allemaal afspeelt. Dit is misschien wel de mooiste boottocht die we ooit hebben gemaakt. Zelfs in het donker zitten we nog buiten te kijken. Na het avondeten nemen we afscheid van de Engelsen. In onze kamer wemelt het van de insecten. 

Zondag 8 november 2009
We proberen toch wat slaap te pakken voordat de wekker om 01.30 uur afloopt. Drie kwartier later waren we in Chadpur. Er gingen veel meer mensen van boord. Met de riksja zijn we richting centrum gegaan. Onderweg hebben we opvallend veel winkeltjes gezien die nog gewoon open waren. Mostafa boekte een kamer. Het was er bloed heet, de fan gaf geen verkoeling. Er schoot een kakkerlak bij het kussen van Margot weg. Die besloot direct op de stoel te blijven zitten. Om 04.30 uur kwam de gids ons halen. De rij voor de kaartjesverkoop was enorm geweest vertelde hij. Daarom heeft hij een vriend gebeld die daar normaal gesproken werkt. De vriend heeft het geld ontvangen en is tussendoor geholpen. Mostafa heeft overal vrienden.
* Wanneer je Bengalen iets aanbiedt zeggen ze eerst twee keer nee. Pas bij de derde keer accepteren ze.
Vanaf het hotel is het 2 minuten lopen naar het station, alleen moeten we nu wel lopen met de bagage. Bij een stationsrestaurantje hebben we wat gegeten. Ondanks het vroege tijdstip waren er veel klanten. We kwamen in een lange en drukke trein terecht. We zitten in een verouderd type vliegtuigstoel zonder beenruimte. Een barre tocht die toch 5 uur duurde. In Chittagong staat de auto klaar, groot en splinternieuw. In het hotel Lord's Inn wacht Didar, de locale reisagent ons op. We checken in en krijgen een mooie kamer. Het hotel begint op de derde verdieping. Didar nodigt ons uit voor het avondeten bij hem thuis. Zo kan Mostafa naar zijn moeder die in deze stad woont. Na tien minuten gaan we weer verder voor een sightseeing van de stad. De begraafplaats van WO2 is helaas gesloten. We bezoeken de oude Portugese kerk. Mooi was in ieder geval de haven. Het was eb en de houten vissersboten waren goed zichtbaar. Buiten de stad worden schepen ontmanteld. Twaalf kilometer voor de werkplaatsen zie je links en rechts van de weg zaakjes die onderdelen van de schepen in de verkoop hebben: stoelen, deuren, trappen, machines, reddingsboten, keukens etc. Het is een enorme industrie. Volgens Mostafa zijn er wel 150 werkplekken waar de schepen gesloopt worden. Vanwege de vriendenkring van onze gids konden we bij een sloopbedrijf naar binnen. Normaal gesproken laat niemand je binnen. Ze zijn bang voor pottenkijkers, denken dat iedere nieuwsgierige een journalist is. Alle arbeid- en veiligheidsregels worden overtreden. Gemiddeld raakt er per dag een werker zwaargewond en per week sterft er iemand. Deze industrie zie je alleen maar in de allerarmste landen. Maar ook hier zijn ze bang dat alles naar China gaat, want daar subsidieert de regering het project. Voor ons als toerist is het wel een bijzondere belevenis. De werkers stopten direct met hun werkzaamheden om ons aan te kunnen kijken. Elke beweging moest gevolgd worden. Uiteindelijk, na aandringen gingen ze weer aan het werk. Enorme schepen liggen voor de kust. Karkassen liggen op het strand. Er wordt veel met snijbranders gewerkt. Ze hebben een paar maanden nodig om een schip te ontmantelen.
Chittagong (3,5 miljoen mensen) is een stad met enorme files. Pas om 18.00 uur waren we terug en konden we krap aan een uurtje uitblazen. Om 19.00 uur stond de chauffeur klaar. De afstand naar Didar's huis is ongeveer 3 kilometer, we hadden 40 minuten nodig om er te komen. We zitten duidelijk in een betere buurt, echter hij woont op de derde verdieping en er is geen lift. De stroom was uitgevallen, maar er is een noodverlichting aan. We praten over koetjes en kalfjes in de woonkamer. Didar is onder anderen in Nederland geweest en heeft een fotoboek waar we ons doorheen worstelen. Het zoontje van 4 huppelt rond, maar de vrouw is onzichtbaar. We krijgen thee en horen geluiden uit de keuken komen. We zien een flits van een oudere en een jongere vrouw. Dan is het avondeten klaar, er is voor ons drieën gedekt. Didar is in een longhi gekleed, eet met zijn handen, maar voor ons is er bestek. Het eten smaakt voortreffelijk. Naast rijst staan er een zestal groentegerechten op tafel. Er zijn sweets als dessert. Na het eten ruimt de oudere vrouw op, ze is de inwonende huishoudster. Dan pas wordt de vrouw des huizes voorgesteld. Ze brengt geschenken mee, een sjaal en een schilderij. Het is dan ook direct afgelopen, geen nababbel, maar afscheid.

Maandag 9 november 2009
Het ontbijt was matig, niet ongewoon voor dure hotels. Om 08.30 uur zijn we vertrokken. Onderweg zijn we gestopt bij een zoutfabriek. Een vaartuig werd gelost, manden met bruine smurrie werden aan land gebracht, werden gewogen en vervolgens binnen in een gebouw wit gewassen. Hier waren ook jonge kinderen aan het werk.
Bij het boedistische klooster (we zijn de naam kwijt) zijn we op bezoek geweest. 
In Cox's Bazar slapen we in het Sayeman Hotel. We hebben een mooie ruime kamer. De lunch was wat smakeloos. Cox's Bazar is druk. Er staan veel, heel veel hotels. Er zijn er ook nog veel in aanbouw. We hebben nog een boedistische tempel gezien, de grootste in deze omgeving, maar minder interessant dan de eerder bezochte. Er was een knorrige monnik die Mostafa sommeerde te doneren. En wat te denken van de uitgestalde giften van een wel heel foute generaal uit Myanmar?
Voor de sunset zijn we naar het beroemde strand gegaan. De kustlijn heeft 200 kilometer strand, niet slecht maar ook weer niet zo bijzonder. De Bengalen roemen het strand als de mooiste van de wereld, maar weten zij veel?
Mostafa huurt twee strandstoelen en al snel werden we aangesproken door, wat later bleek, een neef en een nicht die hun Engels wilden oefenen. Met hun beide heb ik een strandwandeling gemaakt, Margot had rugpijn en is achtergebleven. De pijn neemt toe wanneer ze probeert op te staan. Krom gebogen en met veel pijn weet ze naar de auto te schuifelen. Op de hotelkamer aangekomen, besluiten we niet meer weg te gaan. We hebben wat koude Heineken's gescoord. Samen met een zak nootjes die we nog hadden was het prima zo. De nacht verloopt slecht, Margot heeft in liggende houding meer pijn, we slapen weinig.
De zon ging overigens heel mooi onder.

Dinsdag 10 november 2009
Ik ben alleen gaan ontbijten en ga daarna met de gids op pad. Met auto is het een kort ritje naar de haven. Over een oude loopbrug (waar je 2 taka voor moet betalen) komen we bij een heel klein roeibootje. Die brengt ons naar de andere loopbrug, waar een motorbootje (55 Pk) ligt te wachten. Met ons erbij zijn we met tien man en dan vertrekt het. De vaartijd is ongeveer een kwartier en dan bereiken we Makeskhali eiland. We zijn direct weer overgestapt op een ander bootje, door Mostafa sampan genoemd. De stuurman staat achterop en bedient kruislings twee roeispanen. Aangekomen bij de nieuwe pier worden we belaagd door jonge riksja rijders. Ze lopen de hele lange pier met ons af en blijven op ons wachten aan de voet van de trap, die naar de Shiva tempel Adinath leidt. Ik heb het niet zo op met de hindoetempels in Bangladesh. Deze tempel vormde geen uitzondering. Achter het gebouw volg je een zandpad naar een vijver met lelies en een prachtige weerspiegeling van omliggende bomen. Het verhaal wil, dat de waterspiegel niet daalt, ook niet in de droge periode. Terug naar de trap, die nog wat verder oploopt naar een stupa. Betelnutbladeren groeien hier op een andere wijze, namelijk laag. Beneden aangekomen drinken we eerst een kokosnoot leeg. De fietsjongens popelden van ongeduld. Er volgt een ritje dwars door het plaatsje Ghoroghata. Hier staat ook een boedistische tempel. Er tegenover is een kleine weverij. De oorspronkelijke Birmaanse vrouwen zijn makkelijk te herkennen aan hun kleding en gebruik van thanaka smeersels op de wangen. Ze maken leuke dingen. Ik heb een sjaal voor een euro gekocht. We zijn gestopt bij een botenbouwer. Verderop werden vissen gedroogd. Op de pier pelde Mostafa een grapefruit. Er was een neef van Didar aanwezig. Didar wordt ook wel ‘the islander’ genoemd, hij komt hier vandaan. Inmiddels was het eb geworden. Via aan elkaar geknoopte bootjes moest je naar de motorboot lopen.
We hebben gebruik gemaakt van roomservice. We kregen mie met een uienomelet. Ook het avondeten werd gebracht: patat, soort loempia en mie, begeleid met bier te koop in de bar. De nacht verloopt redelijk rustig.

Woensdag 11 november
We laten Margot weer achter. Er is nu een andere auto en een andere chauffeur. De visafslag van Cox's Bar is fascinerend. We waren er om 09.30 uur en er heerste een enorme bedrijvigheid. Vissersschepen kwamen aan, volgeladen met vis. Inkopers springen direct aan boord. Schepen worden uitgeladen. Gevulde manden worden aan een stok gehangen en twee dragers vervoeren de manden naar een stenen gebouw met een open karakter. Op de vloer worden de manden omgekieperd, de vis ligt soort bij soort. Naast de schepen staan vrouwen met kinderen op hun arm tot het middel in het water te bedelen. Ze stoppen de verkregen vis snel in een zak. We horen dat het niet voor eigen consumptie is, maar puur voor de verkoop op de markt. Bedrog dus. Aan de voorkant worden vrachtauto's met ijsblokken uitgeladen. De grote ijsklompen glijden over een smalle plank naar beneden. Zodra het ijs tegen een andere ijsklomp knalt, duiken kleine jongetjes erop om brokstukjes te verzamelen. Dit verkopen ze dan weer op genoemde markt. De grote stukken worden in kleinere, draagbare stukken geslagen en aan boord van vissersboten gebracht. Ook op de markt is het druk. Er is een grote vleesmarkt, althans zo groot ben ik hem in dit land nog niet tegen gekomen. Mensen willen op de foto, in het bijzonder de slagers, maar daar had ik zelf niet zo'n behoefte aan.
Mostafa brengt me naar een andere plek aan het strand, wat zuidelijker en ook wat rustiger. Er staan wat restaurantjes op palen aan het strand. Bij één ervan hebben we een Sprite gedronken. Overal om je heen zie je bouwputten. In hoog tempo wordt er vanuit het stadje naar het zuiden gebouwd. De Spaanse costa ellende wordt hier dunnetjes over gedaan. 
Het uitzicht op de heuveltop bij een governmenthouse laat te wensen over. Onderweg heb ik wel prachtige dingen gezien die ik niet heb kunnen fotograferen. Ik zag een passagier op een riksja met een lange houten ladder. Zowel voor als achter stak het gevaarte meters uit. Maar dit gegeven weerhield de fietser er niet van om met hoge snelheid door het verkeer te racen. Of de man in een riksja met aan elke oor een mobieltje. Hij ziet opeens mij en steekt beide handen in de lucht en roept hard: ‘ Hello’. Of de oude man, helemaal in het wit gestoken met een moslimpetje op, met grote jampotbrillenglazen, zijn kin steunend op zijn linkerhand, elleboog op de knie. Een filtersigaret brandt in zijn mond en een lange askegel heeft zich gevormd. Hij staart in de verte, alles wat om hem heen gebeurd raakt hem niet. Van mijn aanwezigheid is hij zich niet bewust. Vooral dat laatste is opmerkelijk. We zijn namelijk tijdens deze reis altijd gespot, door iedereen.
We checken uit en verlaten het plezierige hotel met zijn vriendelijke staf. We gaan lunchen bij de Mermaid Café, waar de Lonely Planet de loftrompet over schalt. Een orkaan van geluid daalt over ons neer. De boxen trillen ervan. Blijkbaar is het niet de bedoeling dat we met elkaar kunnen praten. Een leuke setting, met verschillende soorten tafels en stoelen. Alleen wij gebruiken de lunch, geen andere gast gezien. Pizza voor Margot, kip met ananas en kaas, begeleid met grote stukken aardappel voor de gids en moi. Het voedsel is wat aan de dure kant maar smaakt goed. Je moet er wel tegen kunnen dat meerdere vliegen over je bord willen lopen.
Het vliegveld ligt bijna in het dorp. United heeft een kwartier vertraging. De beveiliging beschikt niet over apparatuur, dus moet alle bagage open. Een vliegticket kost 46,5 euro per persoon en dat is blijkbaar teveel voor onze begeleider, die nu met de nachtbus moet. Er is slechts één stewardess aan boord, maar ze is wel prachtig gekleed. De vluchttijd is een uur en er waren voornamelijk buitenlanders op deze vlucht, maar geen toeristen. We komen aan op een zijterminal. Een papier met onze namen werd omhoog gestoken en nu zitten we in Rosewood. Onderweg werden we door Didar gebeld. Die had al bij de receptie aangekondigd dat een consult van een arts gewenst was. De receptionist was inderdaad op de hoogte, ik heb hem bijgepraat. Om 19.00 uur kwam de dokter. Hij richtte zich volledig tot mij. Hij beluisterde en beklopte Margot wat (in volle kleren) en schreef een recept uit met daarop vijf verschillende soorten medicijnen. De nota bedroeg 500 taka, 5 euro. Bij de receptie werd iemand weggestuurd om de medicijnen op te halen, nog eens 500 taka. We hebben in het hotelrestaurant gegeten. Didar belde net nog even hoe het Margot gaat. Om 21.45 uur wordt er nog een fruitschaal bezorgd, de patiënt slaapt echter al.

Donderdag 12 november 2009
Tot 02.00 uur heeft ze goed kunnen slapen, daarna werd de pijn overheersend. Voor het eerst hebben we zachte bedden, we hebben er naar uit gekeken. Er is een heerlijke douche. Het lopen naar het restaurant ging uiterst moeizaam. Er is een buffet met gevarieerd eten. Het zitten lijkt nu redelijk te gaan. We zijn de lijst met medicijnen langs gegaan, soms moet er ergens een halve pil worden genomen soms een hele. De receptie belde dat de auto er was, maar Mostafa is nog onderweg. Hij komt tegen 09.00 uur. We gaan met een gewone auto op pad, de veel voorkomende witte automaat. We volgen richting Tangail de weg en het duurt 2,5 uur om Dhaka uit te komen, ongeveer 20 kilometer. Het verkeer is hopeloos. Buiten de stad zijn wetlands, ondergelopen tijdens de moesson. Overal in het blikveld zie je schoorstenen van steenfabrieken. De lucht is grauw en het water vervuild. We zijn gestopt bij een huisje waar twee vrouwen op traditionele wijze aan het dorsen waren. De rijsthalmen worden op een liggende ton geslagen, de rijstkorrels vallen op een hoop. In Tangail hoor je in veel huizen het getik van de weefgetouwen. Voornamelijk mannen zitten achter de houten apparaten. Mostafa vond dat ik ook bij Ubinig moest kijken. Het is een onderzoeksinstituut dat naar alternatieve teeltwijzen zoekt en dat uitdraagt. Betere zaden, geen kunstmest etc. Er worden lezingen gehouden in het hoofdgebouw, op moment van bezoek ook. Alles is gericht op dorps communities. Dat was de ochtend. Om 15.00 uur gegeten ergens in de buitenwijken van Dhaka, in een regeringsrestaurant uit de serie van Parjatan. Margot is er niet, dus nu beef met rijst, groente en daal. Dan gaan we naar Dhmarai, bekend van pottery. Ik had op meer gehoopt. Een kleine voorstelling gezien. Een oude vrouw hanteerde de techniek van lagen op elkaar leggen, geen draaischijf. Haar moeder kwam ook uit het huis kruipen, die was echt stokoud.
Koper bewerken is hier ook beroemd. De reisagent bezoekt altijd een bepaalde familie. Er is een klein fabriekje waar twee mannen aan het werk waren. Er is een kleine showroom. Daar staan grote bronzen en koperen beelden, een prachtig schaakspel en fantastisch klinkende geluidsschalen. Ze waren echter te groot en te duur (60 euro). Op de terugweg zijn we gestopt in Savar bij het Nationale Monument. Het heet Jatiya Sriti Sandka en ligt buiten de stad. Toch een vreemde plek voor de National Martyrs Memorial. Het is een futuristisch gebouw van 50 meter hoog. Hier komen veel dagjesmensen. Er zijn veel stenen gebruikt in de paden er naar toe, het is er ruim en er staat veel groen en...het is gratis!
De terugweg naar het hotel verliep net zo dramatisch als de heenweg, ik was pas om 19.30 uur terug. Margot is op een stoel blijven zitten die dag, maar er is geen verbetering. In het restaurant hebben we Bangladesh food genomen. We zijn vroeg gaan slapen, de nacht verloopt voorspoedig.

Vrijdag 13 november 2009
We hadden een goed ontbijt, er was zelfs melk. Mostafa komt om 09.00 uur en Margot gaat naar de kamer, ze gaat niet mee. We starten met de markt. Dat begint op elkaar te lijken, ook hier zijn ze nieuwsgierig waar ik vandaan kom. Ik heb vandaag 5 buitenlandse toeristen gezien. Ik hoor dat appels worden geïmporteerd. Opvallend, want er zijn wel erg veel te koop, maar we zien niemand appels kopen of eten. De groentestalletjes stapelen hun groente en fruit prachtig op. Met wat water er overheen zijn het plaatjes. Ik heb even stil gestaan bij het bakken van naan, dit voor de video. Ik had een mooi zicht op de oven, je kon precies zien hoe het deeg ging uitzetten. Knap dat het aan de wand blijft hangen. Het bivakkeert nog geen halve minuut in de oven. Bij deze eettent kost het 3 taka, in het hotelrestaurant 35 taka.
Shankharia Bazar wordt ook wel Hindu Street genoemd. Vooraan de straat worden grote stenen bewerkt. Deze stenen worden vanuit Jaflang (het Noorden) hier naar toe gebracht.
Grote schelpen komen uit Sri Lanka en worden verwerkt tot armbanden. Het zijn steeds twee en het is verplichte kost bij huwlijken. Bij scheiding of overlijden worden ze gebroken. Voor 350 taka een paar gekocht. Hindu Street is smal en niet erg lang. Aan beide kanten zijn winkeltjes en andere vrije plekken worden door straatverkopers ingenomen. Vanuit een Hindu tempel schettert muziek. Rondom de tempel zijn winkeltjes met offergaven te koop, voornamelijk kransen van bloemen, in de kleuren oranje en wit. Een slachter kraakt de gepantserde rug van een schildpad open. Ingewanden en bloed bedekken het plaveisel. In een kleine bassin liggen nog levende exemplaren te wachten op een onvermijdelijk einde. Mostafa ziet mijn afkeurende blik en haast zich te zeggen dat alleen hindu's schildpad eten. 
We stoppen even bij een theehuis en de theeschenker. Zijn winkel meet 1 bij 1,5 meter. Hij is de 4e generatie die daar nu zit en zo piep is hij ook niet meer. De gids neemt een kopje thee voor 4 taka. Op een paar plekken in de straat wordt een ander drankje verkocht. Melk wordt gekookt, de bovenste laag afgeschraapt en verwerkt tot een soort jonge kaas. Bij de verkoper kun je kleine stukjes als snack opeten. Anderen kiezen voor een glas melk met wat toevoegingen. Een volgend hoogtepunt is het rivierleven aan de Buriganga. Op diverse plekken pendelen bootjes van de ene oever naar de andere. Er schijnen er wel 1.200 te zijn, met een eigen vakbond. Aan de kade liggen tientallen ferry's. Mostafa huurt een bootje. We gaan naar de overkant, waar enkele oude (ijzeren) boten worden gerepareerd, mij leken ze geschikt voor het kerkhof. Daarna, gaan we richting grote brug en zien we twee Rockets liggen. Het is vooral leuk om ze nu bij daglicht te zien. Er is veel bedrijvigheid op en rond de rivier. Naast de ferry's en de pendelbootjes varen er nog allerlei andere soorten en maten boten. Je kunt hier wel een dag doorbrengen. Toeristen zie je niet.
Sitara Moskee heet ook wel Star Moskee. De sterren staan op de koepels afgebeeld. Er is veel mozaïek als decoratie. Gebouwd in de 18e eeuw, maar is diverse keren aangepast. Op de oude 100 Taka biljetten staat het afgebeeld. Ik zie zelfs een Mount Fuji tegel, die passen hier niet. 
Het Lalbagh fort uit 1677 is niet afgebouwd. Melancholie en sfeerrijk zijn termen die het moet beschrijven, ik deel ze niet. Het Liberation War Museum geeft inzicht in de 1971 oorlog. De moeite.Het parlement oogt heel modern, de contouren in het stilstaande water leveren mooie plaatjes op.

Zaterdag 14 november 2009
Er is een dagtrip naar Sonargaon, de eerste hoofdstad. Het is 23 kilometer buiten Dhaka, je bent de halve morgen kwijt om er te komen. Maar eerst bereik je Sadarbari, folk-art museum, niet onaardig.
Sonargon is een hoofdstraat met vervallen gebouwen aan weerszijden. Ze schreeuwen om aandacht, maar daar is geen geld voor. Over een paar decennia kan je er waarschijnlijk niet meer naar toe, niet dat je veel mist. Vermeldenswaard is een ontmoeting met een blinde baulspeler. Dit zijn rondtrekkende minstrelen. Voor een fooi tokkelde en zong hij er op los. Aan de reacties van de omstanders (en dat waren er weer velen) kon ik zien dat kwaliteit geboden werd.
Mostafa begeleidt ons naar het vliegveld. Hij heeft twee grote dozen thee gekocht. Het afscheid is warm, het is een prettige en kundige gids. De terugreis is lang, maar verloopt voorspoedig.
Thuis gekomen, gaat de gezondheid van Margot verder achteruit. De huisarts weet niet wat het is. Onderzoeken in het ziekenhuis geven uiteindelijk uitsluitsel, Margot heeft kanker en onze wereld staat op zijn kop.