Reisverslag familie Hornman Afdrukken E-mailadres
Reisverslag van de familie Hornman die van 14 juli tot 6 augustus 2009 een op maat samengestelde reis door Noord-, Centraal-, en Zuid-Sulawesi hebben gemaakt.

Reisroute

Op dinsdag ochtend vertrekken wij: Erik en Afra met onze jongste 2 kinderen, Jikke (17 jaar) en
Hessel (15 jaar), en Frank en Marian met Singapore Airlines naar Manado gelegen in
Noord-Sulawesi.

Na een lange maar voorspoedige reis snuiven we het totaal andere klimaat op van Azië.
Een soort hippiebusje van Bastianos brengt ons naar de kade van Manado. Hier zullen we met een bootje afvaren naar het eiland Bunaken. We wachten nog even op wat mede toeristen en op het laatste moment wordt er ook nog een bed meegegeven. Het idee van een vluchtelingenboot komt even bij ons op.
Het is lekker koel op de boot en na een klein uurtje varen arriveren wij bij ons hotel Bastianos op het eiland Bunakan. Even lekker zwemmen in de warme Sulawesi Sea en bijkomen van onze lange reis.
De volgende dag gaan we met een bootje de zee op om de onderwaterwereld te bekijken met de snorkel. In één woord: schitterend. We snorkelen langs het rif en zien daar prachtige kleuren koraal, ontelbaar veel verschillend gekleurde vissen en als hoogtepunt zien we een statig zwemmende zeeschildpad van heel dicht bij! Het lijkt als of we in een aquarium rond zwemmen. Omdat het water zo aangenaam warm is kunnen we het lang volhouden.
Onze ruggen kunnen dit helaas niet en we verbranden behoorlijk.
Die middag varen we nog een keer met het bootje naar een ander rif. Ook hier is het weer schitterend en toch weer anders; andere kleuren, soorten koraal en andere vissoorten omringen ons.

De volgende dag vertrekken we met het bootje terug naar Manado en worden terug gebracht naar het vliegveld. Via Makassar vliegen we naar Palu, helaas sluiten de vliegtijden niet aan en komen pas s'avonds laat in ons hotel in Palu aan.
Hier wacht ons een moeilijke opdracht. De volgende morgen vertrekken we voor een trekking van 3 dagen door het natuurgebied Lore Lindu. Hiervoor is het nodig dat we een beperkte selectie van kleding etc. in orde maken. De volgende dag zullen we om 5 uur vertrekken en maken we kennis met onze gids Nurlin, die ons de komende dagen zal begeleiden op onze trekking. Nurlin bruist van enthousiasme. Hij heeft er zin in en heeft alles goed voorbereid.
Hij heeft voor ons de meest lekkere broodjes als ontbijt ingeslagen. Onderweg zien we de eerste apen en neushoornvogels. Nurlin is een echte vogelkenner en onze mannen zijn echte vogelliefhebbers dus dat is prachtig….
Het is een lange weg van ongeveer 10 uur rijden naar Tentana, maar er is veel te zien. Het leven van de Sulawesiérs speelt zich af op straat. En het busje rijdt prima.
Eindelijk zijn we dan in Tentena. Van opruimen hebben ze daar nog niet gehoord, het lijkt wel een vuilnisbelt. Na een korte pauze vervolgen wij onze weg naar Bomba. Het dorpje gelegen in het gebied: Lore Lindu waar onze trekking gaat starten. We ruilen ons busje voor een terreinwagen wat ook wel nodig is, want de weg is heel slecht. 5 uur later en inmiddels is het donker, bereiken we onze bestemming. Opgelucht, want de weg was vooral het laatste stuk in het donker heel slecht. We reden over balken over een weggeslagen blubber weg langs een afgrond….
We slapen die nacht in een aller-gezelligste lodge. Onze twee jonge gastvrouwen koken een heerlijke maaltijd voor ons.
De volgende morgen vertrekken we met onze rugzakken richting Tuare.
De plaatselijke gids Suman vergezelt ons en wijst ons de weg naar de megalieten.
We verlaten het prachtig verzorgde dorpje Bomba, waar de papagaaien ons uitwuiven.
De temperatuur is aangenaam en zo lopen we door soms heel hoge grassen naar de megalieten.
Een kanjer van wel 2 á 3 meter hoog staat daar in alle eenzaamheid. Hoe ze daar gekomen zijn en waarom is een mysterie. We vervolgen onze tocht langs nog meerdere en andere megalieten, in de ban van deze megalieten vervolgen wij onze weg naar de rivier voor de bamboe raft. Per bamboe vlot worden wij naar de overkant gevaren. Ook weer een leuke, bijzondere ervaring.
We gaan verder met een jeepje, waarna we aankomen in een klein dorpje. Het is zondag en er zijn ontzettend veel mensen op straat met van alles bezig die ons al snel in de gaten hebben. We gaan op excursie naar een man die van planten (boomschors) een sterke stof maakt en ze kleurt met behulp van natuurlijke verfstoffen. Een ingenieus procedé. Hier maakt hij kleding en kleden van. De patronen die hij maakt zijn eeuwen oud en hebben speciale betekenissen. Terwijl de man en zijn vrouw ons laten zien hoe dit allemaal in zijn werk gaat worden wij omringd door het gehele dorp. Ze willen bijna allemaal met een van ons op de foto.
Wij schrikken van de slager die zijn werkzaamheden aan de kant van de weg uitvoert. Een dode hond wordt op de slachtbank gelegd….eten ze hier dan ook hond?? Later horen we dat het eten van hond een reinigend effect heeft voor lichaam en geest. Je zou één keer per jaar hond moeten eten….
Na deze interessante excursie steken we de rivier weer over, ditmaal met een gemotoriseerd vlot bediend door een knaapje van 10 jaar. Het is tijd voor de lunch. We zijn verrast door de heerlijke lunch verpakt in een prachtig bananenblad. Nimmer smaakte rijst zo goed…..en zeker zitten aan de kant van een prachtige rivier.
De middag valt ons wat zwaar, het is aanzienlijk warm geworden. En alle indrukken van deze ochtend moeten even bezinken, maar hiervoor is geen tijd. We komen in een dorpje aan waar de bewoners in geen jaren blanke mensen hebben gezien. Ze houden ons aan en voelen aan onze armen en haren. We voelen ons een bezienswaardigheid.
We lopen de laatste uren langs de rivier en verbazen ons over de kinderen die op hun blote voeten langs de oevers over de stenen van de rivier rennen en het water in spetteren.
Een vrij en zorgeloos leven ????
Erik lijkt ‘de rattenvanger van Hamelen’ wel, door een paar Indonesische woorden met ze te spreken kleven de kinderen aan Erik en lopen mee naar het dorpje Tuare.
Hier worden we ontvangen door de burgemeester. Ook hier zijn, zo zien we in het gastenboek, al een paar jaar geen gasten meer geweest. We logeren in een lodge met prachtig uitzicht op de rivier. Hier zien we de meest prachtige vogels, in het bijzonder Franks lieveling: de IJsvogel.
Onze gids Suman neemt afscheid van ons en wordt vervangen door Lau. Een soort oermens.
Met Lau en Nurlin trekken we de volgende dag naar Moa. Deze dag heeft geen verrassende excursies of bamboe-rafting. Het wordt een lange, zware dag door de jungle. De jungle leidt ons langs zijn grote woud reuzen, varens, lianen, bloemen, stroompjes water. De dieren zijn stil overdag. We zien wel een aantal vogels en een groep makaken, maar daarmee houdt het ook op. Nurlin verwent ons met een heerlijke lunch, een verkoelende plons in de rivier en een heerlijke mango. Deze verfrissing geeft ons weer kracht om de middag verder te kunnen.
Na een lange tocht van 10 uur komen we aan in het arme dorpje Moa.
De brug die ons over de rivier naar het dorpje moest brengen is kapot dus we gaan door de rivier. In dit dorpje is nog geen waterleiding of elektriciteit. Er is één toilet voor het gehele dorp, we wassen ons in de rivier. In het dorpje is wel een TV. Hier verzamelen alle kinderen zich s’avonds om te kijken, en ontdekken welke luxe zij niet hebben. We realiseren ons maar al te goed hoe groot de tegenstellingen zijn.

De volgende en laatste dag van onze trekking leidt ons weer door de jungle. Ook dit is een pittige dag van een kleine 10 uur lopen.
Lau (onze porter) voorziet ons van al het water wat we naar binnen klokken, draagt ons zonodig over de rivier en masseert onze vermoeide spieren als we onze tocht hebben volbracht. Hulde aan Lau!
Uiteindelijk bereiken we vlak voor een donderbui het dorpje Gimpu. Hier staat onze auto voor ons klaar en brengt ons terug naar Dongala. Het resort van Prince John waar we de komende twee dagen heerlijk mogen uitrusten van de indrukwekkende trekking.

Prince John resort.
Dit is een paradijsje op aarde.
Drie keer per dag staat er een heerlijk buffet klaar.
s’Middags worden we verwend met cakejes, liggend op onze bedden onder de parasol aan een azuurblauwe zee en wit zandstrand, een strakke blauwe lucht en een rif waar je prachtig kan snorkelen. Lekker lezen, luieren, chillen, wat wil een mens nog meer? De volgende avond worden we nog verrast met de komst van twee couscous buideldieren.

Makassar.
De volgende dag nemen we afscheid van Nurlin, en vliegen we naar Makassar.
Hier worden we opgewacht door onze nieuwe gids: Syngali.
Hij neemt ons mee naar de havens van Makassar, het monument Mandala en Fort Rotterdam.
In Makassar kijken we ook onze ogen uit. Wat een drukte, Riksja’s, auto’s, brommertjes.
We zien mannen zich wassen in de goot waar het vuil zich verzamelt.

Wij chillen die middag bij het zwembad van ons hotel en drinken voor de eerste keer een heerlijke cappuccino bij Black Canyon.

Sengkang:
De volgende morgen rijden we naar Sengkang.
Eerst bewonderen we een prachtige waterval, een soort Efteling attractie voor de Sulawesiérs. We zien daar bovendien prachtige vlinders.
Laat in de middag varen we met boten over het meer van Sengkang. Langs de oever zitten varanen en natuurlijk zien we onze vrienden de ijsvogels weer heen en weer over het water schieten. Uiteindelijk komen we aan bij de drijvende huizen. Gezellig met een papagaai als huisdier en de kippen in mandjes wonen ze daar op het water. Een mevrouw ontvangt ons met heerlijke thee en gebakken bananen. Op de terug reis zien we de zon onder gaan, de maan ondersteboven en vliegen er gigantisch grote zwermen watervogels over ons heen.
Teruggekomen aan de kust blijkt er een grote avond markt te zijn. Alle schoenen en kleding die wij met ‘de zak van Max’ wegdoen lijkt daar hun bestemming weer te vinden.
Een jongen heeft een ingenieus systeem bedacht om met zijn fiets een soort draaimolen voort te bewegen, waar veel kinderen enthousiast gebruik van maken.

Toraja.
De volgende dag vervolgen we onze reis naar Toraja. We zijn zeer benieuwd, want Syngali’s ogen beginnen te stralen als hij de naam Toraja noemt….
Onderweg begeeft ons busje het, de radiotor ontploft. Gelukkig rijden we met twee busjes. Dus gaan we met Julius zonder problemen verder.
Toraja is inderdaad wonderschoon. Het klimaat is heerlijk. De rijstvelden met hun Tongkonan’s zijn schitterend…..
De volgende dag gaan wij met onze kinderen raften.
We rijden met een 25 jaar oude jeep ooit van een Nederlandse pater naar de raftplek. Het is een schitterende route. En het laatste stuk wat we te voet afleggen is het mooiste wat we ooit tot dan toe hebben gezien. Prachtige rijstvelden met hier en daar die Tongkonan’s…..
Het raften is leuk en (ont-) spannend langs de kant zien we heel veel varanen de rotsen opklauteren. Hoog in de lucht zweven grote roofvogels. Het water spettert over ons heen.

Excursie dag:
Syngali neemt ons mee naar de Tongkonan graven. We zien de Tau Tau poppen. Reuze knap gemaakt. We zien de schedels met sigaretjes, en uit elkaar gevallen grafkisten.
We zien de caves met de graven, we zien de muren met de graven, we zien de baby bomen. We zien honderden schedels. Indrukwekkend en wat een karwei…..om zo te begraven.
We maken een funeral mee. We zien de rituelen, het verwelkomen van de gasten, keer op keer, het offeren van de varkens en buffels, de gezangen, de dansers. Gelukkig zien we niet de bloedende buffalo’s. Het zien van de ingesnoerde varkens is meer dan genoeg. ‘De partij van de dieren’ zou niet gelukkig zijn geworden bij het zien van de mishandeling van deze dieren….
De cultuur en rituele over de dood zijn buitengewoon fascinerend hier in Toraja.

Ook bezoeken we nog het PAK weeshuis in Rantepao, we vallen binnen op het moment dat kinderen net Engelse les krijgen van een Nederlandse vrijwilligster. Het huis ziet er pracht verzorgd (Ikea) uit en het ziet er naar uit dat de kinderen het erg naar hun zin hebben.

Trekking:
Dan starten we onze 3-daagse trekking. Het Toraja landschap is wonder schoon. We klimmen eerst een flink stuk omhoog. We komen bij een huisje van een oude vrouw en man. De man is ziek. De vrouw laat ons zien hoe ze een soort biezen matten weeft. Knap. We geven de man een paar paracetamol tabletten en een pet. Ze zijn blij. We lopen verder door een berglandschap met mooie vergezichten en komen al vroeg in de middag aan in het Tongkonan dorp Limbong aan. Hier kunnen we zien hoe de kinderen zich met niets vermaken. Zij spelen met de materialen die ze om zich heen vinden, en amuseren zich met zelfbedachte spelletjes en met ons. We zijn hier, net als in Lore Lindu, zelf ook een bezienswaardigheid.
s’ Avonds zoeken ze de warmte op van hun slendangs en zingen met elkaar nog wat liedjes.
Wij slapen heerlijk in de Tongkonan, die de vrouw ter beschikking van haar gasten heeft gesteld.
De volgende dag lopen we door prachtige rijstvelden naar het dorpje Batutumonga.
Het is een afwisselende tocht met mooie uitzichten met kleine Tongkonan nederzettinkjes, rijstvelden en schooltjes. Steeds weer worden we vergezeld door kinderen en zien we de bijzondere graven in rotsen met de Tau Tau poppen die over de rijstvelden heen kijken.
Erik heeft de eer om met een zoon van diens overleden ouder mee te mogen klimmen naar de kisten die al jaren klaar staan om ooit begraven te worden. Mensen zijn pas dood als ze begraven zijn en tot dat moment ‘leven’ ze gewoon mee, eten ze mee en worden ze ouder; ze zijn ziek.
In Batutumonga slapen we in een prachtige Tongkonan. En hebben een prachtig uitzicht boven de wolken uit over Rantepao.

De laatste dag van de trekking is ook weer een schitterende tocht door de rijstvelden, een speurtocht om telkens het juiste ‘muurtje’ te vinden en op de juiste plek de rivier over te steken, en zo bereiken we ons busje welke ons terug naar Rantepao brengt.
Hier worden wij ontvangen door een mevrouw uit Kalimantan, die een prachtige Tongkonan heeft ingericht voor haar gasten. Het lijkt wel het paradijs; schoon, rustig, sfeervol ingericht. Een lust voor het oog!
We worden verwend met heerlijke drankjes en s’avonds een heerlijke BBQ.
Ook Syngali met zijn vrouw en twee dochtertjes, Julius onze chauffeur, met z’n zoon zijn van de partij. We smullen van de saté, de gamba’s, de salade en vinden het jammer om dit paradijsje weer te moeten verlaten.

Bira beach.
Na een overheerlijk ontbijt vertrekken we in alle vroegte. We hebben afscheid genomen van Syngali. Bounga onze driver brengt ons en praat honderd uit met ons, spreekt ook heel goed Engels. Wij voelen ons zeer vereert dat Bounga ons rijdt. Hij rijdt zelfs de president en andere voorname personen, ook ministers uit Nederland. Een tocht van 13 uur staat ons te wachten, maar deze gaat snel voorbij want er zo ontzettend veel te zien op straat. De wegen zijn allerbelabberdst, maar nadat we Toraja verlaten komen in het gebied van de Bugi’s (moslims) en verandert het beeld en de sfeer, we passeren bergen, vlakten en rijstvelden en komen uiteindelijk moe in het donker in Bira aan.

Bounga is ook een zeer deskundig masseur. Afra had de laatste dag van de trekking haar enkel verstuikt. Bounga heeft door veelvuldig te masseren de gehele zwelling en bloeduitstorting weg kunnen masseren en ze loopt weer als tevoren.
Bira Beach Hotel is beslist geen Prince John resort. Simpel kan, maar dit is niet echt goed onderhouden. Gelukkig ziet het er de volgende morgen bij zonneschijn een stuk vriendelijker uit. Het zand lijkt wit poeder en de zee prachtig blauw. Het terras is heerlijk koel.
Erik heeft al vroeg in de ochtend interessante gesprekken gevoerd met Moslim studenten en Christelijke studenten. Erik ervaart het verschil tussen deze twee groeperingen. De christelijke studenten bekijken het leven wat luchtiger… We chillen heerlijk in de koelte van het terras met af en toe een Bintang en een duik in de blauwe zee.
De volgende dag laten we ons met een bootje naar het eiland brengen. Het doel is om te snorkelen, maar het waait behoorlijk en het koraal is er lang zo mooi niet als hoe we het gewend waren. We bezoeken het eiland wat ook zeer de moeite waard is. Prachtige huisjes, in mooie kleuren geschilderd. We wanen ons in het openlucht museum.

Terug naar Makassar, Manado, Singapore en vervolgens Amsterdam.

Die middag nemen we afscheid van Bira en rijden over een ongelofelijk drukke weg terug naar Makassar. Eerst bezoeken we de botenbouwers die schitterende (zeewaardige) boten maken met de hand van onder meer ijzerhout.
We passeren de zoutwinning, zeewier die te drogen ligt, kruidnagels, rijstvelden, koffie en cacao plantages, visvijvers, alle ambachten op een rij over 200 km
Tijdens een rust pauze stappen 2 studenten van hun brommertjes af omdat ze met Afra op de foto willen….
Tegen de avond komen we blij (dat we heelhuids zijn aangekomen) aan in Makassar. Een overweldigende drukte en een grote file van blauwe taxibusjes. Het verkeer krioelt er door elkaar, en het lijkt erop dat er slechts een verkeersregel bestaat het recht van de sterkste. Die avond drinken we ons tweede kopje cappuccino van deze vakantie. De volgende ochtend chillen we nog even na in het hotelzwembad op de 6de etage met uitzicht op de oceaan met het eiland Bunaken in de verte.



Onze vakantie zit er op. We hebben heel veel meegemaakt en we kunnen tevreden terug zien op een geweldig avontuur. Het was fijn dat we tijdens onze reis een paar maal in overleg met Green Canyon Reizen, het programma konden bijstellen. Maatwerk werd het zo, dankzij de flexibiliteit van Jan O. Staal en de goede samenwerking tussen Green Canyon en PT. Emerald Indonesia.
Sulawesi, een schitterend en afwisselend eiland wat in zijn geheel nog helemaal niet is ingesteld op toerisme. Het is zo eigen en niet te vergelijken met de andere Indonesische eilanden. Je moet er geweest zijn om er over te kunnen meepraten!

Familie Hornman